Na een dubbele punt gebruik je in het Nederlands meestal een kleine letter. Alleen bij een volledige zelfstandige zin, een direct citaat of een eigennaam volgt een hoofdletter. Voorbeeld kleine letter: 'Ik neem één ding mee: mijn boek.' Voorbeeld hoofdletter: 'Hij dacht: Nu of nooit.' Deze regel geldt in Nederlands en Vlaams.
De basisregel
Kleine letter bij een aanvulling, opsomming of korte toelichting die geen volledige zin is. Hoofdletter bij een zelfstandige zin of citaat.
Kleine letter
- Opsomming: 'We hebben drie opties: A, B en C.'
- Uitleg: 'De oorzaak is duidelijk: te weinig slaap.'
- Korte aanvulling: 'Neem mee: paspoort en ticket.'
Hoofdletter
- Direct citaat: 'Hij zei: "Ik kom niet."'
- Volledige zin: 'Onze conclusie: De strategie moet worden herzien.'
- Eigennamen: 'De winnaar is: Ajax.'
Bij denkbeelden
Gedachten met een dubbele punt krijgen hoofdletter: 'Hij dacht: Waarom doe ik dit?' — zelfstandige gedachte, hoofdletter.
Bij ondertitels
Bij titels met een dubbele punt (bijvoorbeeld boektitels): 'Nederland: Een geschiedenis' — hoofdletter na dubbele punt.
Twijfelgevallen
Bij twijfel: kies kleine letter, tenzij het duidelijk een op zichzelf staande zin is. De hoofdletter benadrukt de zelfstandigheid.
Kort samengevat
Regel: kleine letter na dubbele punt. Uitzonderingen: volledige zelfstandige zin, citaat, eigennaam, titel — dan hoofdletter.